Straatcarnaval
Maastricht staat vooral bekend om zijn straatcarnaval, een wervelende 'bonte storm' waarop de stad het alleenrecht lijkt te hebben. De 'Boonte Storrem' is thans het veelkleurig etiket van een hossende, zingende en pleziermakende massa van duizenden, die drie dagen lang door de binnenstad 'dweile', waar ze op gezette tijden aanleggen bij kaffee of straatbuffet.
Het zal menigeen verbazen, dat de benaming 'bonte storm' al zeventig jaar bestaat. Het was de titel die de Maastrichtse literator Mathias Kemp (1890 - 1964) in 1929 gaf aan zijn eerste roman, de eerste carnavalsroman overigens in de Nederlandse literatuur. Nu is het al lang geen proza meer, maar zinderende realiteit.
Zo is het echter niet altijd geweest. Zo'n dertig, veertig jaar geleden nog werd Vastelaovend in Maastricht hoofdzakelijk in zalen gevierd. Aan kop ging het zalencomplex in het toenmalig Staargebouw achter de Sint Janskerk. Andere lokaties waren De Berchmans in de Bredestraat, De Stuers in de Kruisherengang, Victoria Taverne in de Wycker Brugstraat en Momus aan het Vrijthof. Momus gold jarenlang als de erkende residentie van de stadsprins en zijn Tempeleers. Iedere rechtgeaarde Maastrichtse carnavalist moest er die dagen tenminste eenmaal zijn geweest. Men hoste in troppe naar binnen, wrong zich naar de bovenverdieping waar de houten vloer vervaarlijk doorboog onder het stampvoetend geweld en trok na verloop van tijd weer de straat op. De uitbater had vaak het nakijken. Hij was echter zakenman. Om naar goed christelijk gebruik de dorstigen te laven en zichzelf, zijn kelners en ingehuurde accordeonist toch niet tot slachtoffer van liefdadigheid te maken, hief hij het jaar daarop een entree van vijf gulden. Daarbij behoorden echter drie consumptiebonnen. Dat leverde uiteindelijk het nodige gedrang op bij de bierkranen.
De enige plek op Straat waar in die tijd massaal werd gezwierd, lag in de Maastrichter Brugstraat. Aan de gevel van de toentertijd daar gevestigde radio- en electrozaak Zeguers hingen elk jaar enkele luidsprekers waaruit continu carnavalsmuziek klonk. De jeugd vooral amuseerde zich op de kinderkopkes net zo goed als latere generaties in de disco!
Revival
Het Maastrichtse straatcarnaval heeft zijn 'revival' te danken aan de reeds in een voorgaand hoofdstuk gesignaleerde zaate herremeniekes die met groot en uitbundig gevolg kaffee-in en kaffee-oet plegen te trekken na eerst al in d'n optoch meer dan letterlijk de toon te hebben gezet.
Het kakofonisch verschijnsel van de herremeniekes is ontstaan in het begin van de jaren zestig. In 1972 werd de zaate herremenie massaal bezongen in een gelijknamig carnavalsliedje op muziek en tekst van John Hoenen. Het staat nog steeds op het repertoire van de straatvierders.
